

Deze gal wordt vaak verward met de gallen van de Galappelwesp. Let echter op de lichtgekleurde banden die rondom de gal lopen. Het is ook interessant om eens te knijpen in de gal: Eikenstuitergallen zijn hard, terwijl Galappels slap aanvoelen, je kan er makkelijk een putje in duwen. Eikenstuitergallen zijn ook wat kleiner en meer afgeplat bolvormig dan de doorsnee Galappels.
Blauwtjes De groep blauwtjes is genoemd naar de blauwe kleur op de bovenkant van de vleugels. Het zijn relatief kleine vlinders, die we overal in Europa kunnen vinden. Niet alle blauwtjes zijn overigens blauw: van de meeste soorten heeft het vrouwtje een bruine bovenkant. Van sommige soorten is het mannetje ook bruin. Binnen deze groep is determinatie soms lastig omdat een aantal soorten, met name de bruine vrouwtjes, soms erg op elkaar lijken. Op deze site kunt U informatie vinden over vlinders: http://www.vlindervaria.nl/
Heksenboter of Runbloem (Fuligo septica).
De bijnaam Runbloem van deze slijmzwam is waarschijnlijk omdat het rechtstreeks is afgeleid van het gebruik van de run voor verwarming van kassen. Vroeger was de verwarming van tuinkassen nog niet zo algemeen en werd de afgewerkte run van de leerlooierijen veel gebruikt om te broeien. Dan kwam er soms een gele, breiachtige massa omhoog, die tenslotte tegen de planten en wanden omhoog kroop. De tuiniers waren hier niet op gesteld. De oorsprong van de naam Heksenboter komt uit het volksgeloof. Zo is er een verhaal dat heksen boter stalen uit een betoverde karn en nadien de boter wegwierpen.