Veel vogels zijn of zijn zich aan het voorbereiden voor de grote Vogeltrek.
         De meeste vogels leven niet het hele jaar op dezelfde plek, maar broeden op
         de ene plek en overwinteren op de andere plek.
         Het jaarlijks heen en weer vliegen tussen deze verschillende leefgebieden
         noemt men VOGELTREK.
         Hierbij kunnen enorme afstanden worden overbrugd waarbij oceanen en
         woestijnen worden getrotseerd, zoals voor de noordse stern die ieder jaar
         van pool tot pool vliegt, maar het kan ook gaan om veel kleinere afstanden,
         zoals bij kraaien uit Zuid-Zweden die in Midden-Duitsland overwinteren.
         Onze spreeuwen overwinteren in Zuid-Engeland en zwaluwen in Zuid-Afrika,
         die moeten een afstand van circa 10.000 kilometer afleggen.
         Vogels hebben een soort ingebouwd kompas in hun hoofd. Een daarvan
         is het Zonnekompas, hierbij houden de vogels de richting van de zon in
         de gaten. Vogels die `s nachts trekken maken gebruik van Sterrenkompas.
         De poolster blijft altijd op dezelfde plek staan, ondanks het draaien van
         de aarde. Hierdoor kunnen ze de juiste trekrichting bepalen.
         Als het bewolkt is hebben ze nog altijd het magnetisch kompas.
         Vogels kunnen het magnetisch veld van de aarde voelen.
         En daardoor kunnen ze dan de juiste trekrichting bepalen.
         Laten we hopen dat ze weer snel naar ons land terug keren.
         Maar het is en blijft een fantastisch schouwspel.
 
 
                     
                                              
Advertenties