Roofvliegen hebben een korte, stevige priksnuit, waarmee ze hun prooi doorboren en vervolgens leegzuigen.

Alle roofvliegen vangen hun prooi in de vlucht en gebruiken vaak een vaste uitkijkplek, waar ze ook weer terugkomen om de prooi op te eten.

Roofvliegen vallen vaak behoorlijk grote prooien aan. Soms zelfs prooien die veel groter zijn dan zijzelf.

Advertenties