De kever wordt 4 tot 7,5 mm lang. De kever heeft een roodbruine, soms geelbruine kleur. De snuit is bij de vrouwtjes even lang als het lichaam en bij de mannetjes is deze iets korter.
Het vrouwtje boort in een onrijpe eikel een gaatje en legt hierdoor minstens twee eitjes in de eikel. Na ongeveer twee weken komt de geelwitte larve uit het ei en voedt zich verder met het binnenste weefsel van de eikel. De pootloze larve heeft een roodbruine kop. Nadat de eikel in de herfst op de grond gevallen is, boort de 9 tot 10 mm lange larve een gat in de eikel en graaft zich tot ongeveer 25 cm diepte in de grond. Na de winter verpopt de larve zich en komt in mei of juni de kever uit de pop.

Advertenties