DSCN1521

DSCN1522

DSCN1523

Padden (amfibieën) zijn koudbloedige dieren. Om in de winter op temperatuur te blijven, moeten ze ’s zomers en in de herfst veel eten. In de winter, als er toch weinig voedsel te vinden is, houden ze een winterslaap. Zij graven zich dan in of verstoppen zich onder een dikke laag van bladeren. Hun lichaamstemperatuur daalt aanzienlijk en hun bloedsomloop gaat zeer traag. Als het in het voorjaar overdag weer warmer wordt, ontwaken ze uit hun winterslaap en gaan op zoek naar voedsel. Blijft de omgevingstemperatuur ’s avonds boven de zeven à negen graden en is het bij voorkeur een beetje vochtig weer, dan verlaten de paddenmannetjes en -vrouwtjes massaal hun overwinteringsplaats. Zij trekken dan naar de vijvers, poelen en sloten om daar te paren en eitjes af te zetten.

Advertenties