Tag Archive: Rupsen.


DSCN0276

Advertenties

De rups kan op warme najaarsdagen kruipend over kale grond worden aangetroffen en wordt in het voorjaar vaak zonnend gezien. De soort overwintert als volgroeide rups.

De rups van deze vlinder heet de zebrarups. Deze naam is afkomstig van de typische strepen op het lijf.
De giftige bestanddelen van het jakobskruiskruid maken de rups oneetbaar, die daardoor beschermd wordt. De rups raakt het gif dat hij met zijn maaltijden van het jakobskruiskruid binnenkrijgt kwijt door dit in zijn huid op te slaan. Na het vervellen is hij het gif kwijt.

Het is een van de grootste vlinders van midden-Europa. In Nederland waar te nemen vooral op heiden en langs de bosrand op zandgrond.
De rups is zes centimeter lang, donkergroen met zwarte ringen, in welke fel gele vlekken liggen, waaruit stevige borstelharen steken (vooral op de rug).
Op de foto is een jonge rups te zien.

De vlinder heet eikenprocessierupsvlinder. De larve is een bladvretende rups die zoals de naam al zegt vooral op eiken voorkomt. De eitjes van de rups komen uit in het voorjaar, zodra de eerste jonge eikenbladeren tevoorschijn komen.

De rupsen verplaatsen zich ’s nachts, op zoek naar voedsel, waarbij zij in lange stroken dicht bij elkaar voortkruipen, wat doet denken aan een processie van mensen. Overdag keren de rupsen terug naar hun nesten. De rupsen eten eikenbladeren, met als zichtbaar gevolg kaalgevreten eikenbomen.

De brandharen van de rups vormen voor de mens een gevaar voor de gezondheid. De haren zijn 0,2 tot 0,3 millimeter lang. Elke rups heeft er honderdduizenden tot een miljoen van. Het zijn pijlvormige haren, die bij een bedreiging worden afgeschoten. De haren kunnen dan makkelijk de huid, de ogen en de luchtwegen binnendringen. De stoffen die van de haren afkomen veroorzaken een op allergie lijkende huiduitslag, zwellingen, rode ogen en jeuk. In de meeste gevallen verdwijnen de klachten vanzelf.

De foto`s in dit bericht zijn enkele jaren geleden door mij genomen.
De middelste foto is geplaatst in het Nederlands Soortenregister.

De rups, die vier centimeter lang is en slank, bevindt zich in mei en juni op fruitbomen, eiken en andere loofbomen. De rupsen zijn soms schadelijk omdat ze alle bladeren van de (vrucht)bomen opeten.

De rupsen kunnen tot 7 cm lang worden en zijn zeer variabel van kleur.

De larven bouwen kastjes of coconnetjes van zijde/spinseldraden en materialen uit de omgeving als zand, aarde, korstmossen of plantaardig materiaal. Deze coconnetjes worden bevestigd aan rotsen, bomen of hekwerk tijdens de verpopping, maar zijn in de rupsfase mobiel.
De larven beginnen al met de bouw van de cocon voordat ze beginnen met eten. De larven van sommige soorten voeden zich met korstmossen, andere geven de voorkeur aan groene bladeren.