Tag Archive: Spinnen


Komkommerspin (Araniella).


De pas uit het ei gekropen spinnetjes hebben een lichte kleur. Nog niet geslachtsrijpe spinnen hebben in de herfst een rode of bruine kleur, waardoor ze tijdens de bladverkleuring in de herfst een goede camouflage hebben. Pas in het voorjaar krijgen ze dan de groene kleur.
Klik op foto voor vergroting.

Advertenties

DSCN0941

De kruisspin is in tegenstelling tot veel andere spinnen geen schuwe soort, maar eentje die vaak midden in het web zit en moeilijk over het hoofd is te zien. De spin wordt ook relatief groot tot zo’n 17 millimeter.
De kruisspin heeft geen typische kleur; er is veel variatie. De meeste exemplaren zijn bruin tot roodbruin van kleur maar ook afwijkende kleuren als geel, zwart, rood en oranje komen voor. Op het achterlijf is vrijwel altijd een wit kruis te zien.

Foto van de dag.

Wespspin met buit.

Wespspin (Argiope bruennichi).

De naam ‘wespspin’ heeft alles te maken met het uiterlijk; de spin kan niet steken en de beet is ongevaarlijk voor mensen. De naam is vooral te danken aan het relatief zeer grote vrouwtje. Ze heeft een zwart achterlijf met heldere gele, witte en diepzwarte grillige banden.De wespspin is één van de grootste Europese spinnen, en is vanwege de lengte en kleuren moeilijk over het hoofd te zien.

Springspin (Salticidae)

Deze spin heb ik nog niet op naam kunnen brengen. Springspinnen spinnen geen web maar gebruiken wel een spinragdraad om zichzelf te zekeren voor ze een sprong wagen. Het zijn net circusartiesten. De ogen reflecteren in het donker als er licht op valt.De meeste springspinnen zijn carnivoor slechts enkele leven deels van nectar.

De spinnen hebben niet zo’n verborgen levenswijze als de meeste spinnen, maar zonnen graag en zijn eenmaal opgewarmd razendsnel.

De Moswolfspin Arctosa leopardus, ook Moeraswolfspin genoemd, leeft tussen mos e.d. in natte voedselarme graslanden doorspekt met graspollen en moerassen.
Men kan de spin vinden in een geweven buis in mos of lopend over de bodem.

Het mannetje wordt 3 tot 4 mm groot, het vrouwtje wordt 5 tot 8 mm. Bij het vrouwtje is het kopborststuk donkerbruin met een lichtgele tot lichtbruine V-vlek. Het achterlijf is bruin met een lichtbruine band en aan het eind twee hoedvormige vlekken. Dit achterlijf is lichtbruin omzoomd. De poten zijn lichtbeige tot bruin van kleur. De mannetjes zijn algemeen veel donkerder van kleur.