Tag Archive: Sprinkhanen


Blauwvleugelsprinkhaan (Oedipoda caerulescens) zeldzaam.De sprinkhaan dankt zijn naam aan de helderblauwe achtervleugels, die echter in rust niet zijn te zien.De Blauwvleugelsprinkhaan is een opvallende verschijning, die enkel verward kan worden met de Kiezelsprinkhaan.Als de sprinkhaan opvliegt, komt er een mooie blauwe kleur tevoorschijn. Dit ter bescherming tegen roofdieren. Door de felle blauwe kleur hoopt de sprinkhaan zijn tegenstander te laten schrikken.

DSCN2006

DSCN2011

Op deze site kunt U de sprinkhaan met zijn kleuren zien:
http://www.gelderlander.nl/regio/maasland/zeldzame-sprinkhaan-ontdekt-in-bergerbos-1.2280218

Mooie sprinkhaan………….

Een vrouwtje uit de biguttulus-groep (bruine sprinkhaan, ratelaar, snortikker). De vrouwtjes van deze drie soorten zijn niet te onderscheiden.

DSCN0337

Krasser – Chorthippus parallelus.

DSCN0694

De Krasser is een sprinkhaan met een lengte van 13 tot 16 mm voor een mannetje en 17 tot 23 mm voor een vrouwtje. De grondkleur van dit dier varieert van bruin, groen tot donkerrood. De krasser heeft vleugels die meestal niet verder dan het achterlijf komen. De vrouwtjes hebben hebben hele kleine vleugels die niet functioneel zijn als vleugels.

DSCN0718

118

Biguttulus-groep is de verzamelnaam voor de volgende drie Chorthippus-soorten:

Chorthippus biguttulus – Ratelaar
Chorthippus brunneus – Bruine Sprinkhaan
Chorthippus mollis – Snortikker

De sprinkhaan vrouwtjes van deze drie soorten zijn niet te onderscheiden! Wat u op de foto`s ziet is dus een vrouwtje.

DSCN0330

DSCN0331

DSCN7191

Deze nimf is in het laatste stadium.

DSCN2026

Het mannetje van de Grote groene sabelsprinkhaan is een van onze grootste insecten. Hij wordt (zonder de vleugels) 28 tot 34 millimeter lang. De grote groene sabelsprinkhaan is een goede springer en zweeft hij bij verstoring enkele tientallen meters verder. Alhoewel zijn vleugels goed ontwikkeld zijn, is het geen goede vlieger. De mannetjes ‘zingen’ erg luid en scherp en lijkt wel op een naaimachine: langdurig aangehouden met om de paar seconden een korte onderbreking. Dit doen ze door de voorvleugels langs elkaar te wrijven. Je kunt ze van drie uur in de middag tot drie uur ’s nachts horen. De twee voelsprieten zijn even lang als het lichaam.

DSCN2021

???????????????????????????????

De boskrekel leeft in gebieden met een dikke strooisellaag waarin de krekel naar voedsel zoekt. Meestal wordt deze soort in bossen of bosranden aangetroffen, maar ook begroeide delen van heidevelden, spoorwegbermen, parken en tuinen zijn een geschikt habitat. Het is een bodembewonende soort die niet klimt en bij gevaar schuilt onder bladeren of onder allerlei objecten. De krekel zoekt warmere en drogere delen op en kan na enige tijd in de zon gezeten te hebben bloedsnel zijn.